Aandacht voor opvoeden in gezin en kindercentrum
Header

Om te lezen

Een verhaal over actief luisteren….

Bang voor de wolf onder het bed. (Bron: Drs. Hanneke van Hasselt -Mooy)

Pimmie, bijna 6 jaar, was ‘s avonds als hij in bed lag heel bang voor een wolf, die onder zijn bed lag.

Hij schreeuwde, huilde, en durfde niet te gaan slapen. Moeder en vader hadden van alles geprobeerd, maar de wolf bleef ‘s nachts onder Pimmie’s bed komen.

Of er zacht licht in zijn kamer aan was, of hij in het bed van zijn ouders sliep, of ze hem voor het slapen gaan masseerden, nee, het hielp niet. Op een avond waren moeder en vader uit en de oppas zou bij Pimmie thuis zijn. De oppas bracht Pimmie naar bed en nauwelijks was ze beneden of Pimmie begon te gillen. De oppas ging naar boven, ging op een stoeltje buiten zijn kamer zitten en zette nog een stoeltje vlak naast haar. Ze riep Pimmie en vroeg of hij naast haar wilde gaan zitten. Huilend ging hij naast haar zitten, ze legde haar arm om zijn schouders, keek hem aan en zei heel zachtjes ’Oh, is de wolf er weer. Oh, wat moet je huilen, hè.’ Pimmie keek haar aan, keek weg en huilde hard. Pimmie en de oppas bleven naast elkaar zitten, en hij huilde.

De oppas vroeg: ‘Hoe ziet de wolf er uit?’

Pimmie zei heel zachtjes: ‘Hij is heel groot, hij is zo groot’ en hij huilde nog harder. De oppas vroeg nog meer over de wolf en langzamerhand vertelde Pimmie meer over de wolf. De wolf had een lange gele baard en blauwe tanden, heel scherp. Hij keek heel gemeen en wilde Pimmie krabben met zijn scherpe poten. Zijn poten waren heel groot, scherp en hard. De oppas vroeg hoe de wolf nou lag, met de poten omhoog? ‘

Ja, met één poot omhoog en de ander poot omlaag’. ‘En de andere twee poten?’ ‘Die zijn er niet.

En hij heeft rooie ogen’. Af en toe reageerde de oppas ook geschrokken en dan vertelde Pimmie verder. Langzamerhand gingen ze de wolf naspelen,

Pimmie deed voor hoe de wolf deed en de oppas probeerde hem na te spelen, en dan waren ze af en toe twee wolven. De oppas vroeg verder over de wolf, gaf geen commentaar, geen oordeel, reageerde op Pimmie’s uitspraken met vragen, spiegelde soms zijn gevoelens, leidde hem niet af. Zo waren Pimmie en de oppas wel bijna drie kwartier bezig. Toen zei Pimmie na een paar keer gapen, met slaperige ogen ‘Ik geloof, dat ik nu ga slapen. Ik heb de wolf weggestuurd naar zijn bos, en hij liep naar zijn bed. De oppas stopte hem zachtjes onder. Pimmie zei :’Ga maar lekker slapen’ en hij viel in slaap. De wolf zocht voortaan zijn eigen weg, maar ging niet meer naar Pimmie.


Pimmie kon daarna ontspannen slapen, hij had immers zijn gevoelens ontladen met zijn huilen en schreeuwen, hij vertelde uitgebreid over de wolf tot hij er geen woorden meer voor had. Hij kende zijn wolf nu van top tot teen, hij was de baas over zijn wolf geworden en kon hem wegsturen. Daarna kon Pimmie ontspannen slapen.

Want de oppas had alle tijd genomen, werkelijke aandacht gegeven, was bij hem gebleven, had meegeleefd met Pimmie en geen eigen meningen gegeven en Pimmie alle ruimte gegeven om zijn gevoelens te ontladen door te huilen, te schreeuwen, te vertellen, en door spel. Hierdoor had Pimmie zijn eigen gevoelens leren kennen en een ervaring opgedaan waarvan hij veel heeft geleerd over hoe met eigen gevoelens om te kunnen gaan.